← Table of contents
Aspasia

Note 7 — XIV. DE PANATHENAEËN.

W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation

Achter het prachtschip met de peplos liepen de overwinnaars in de Panathenaeïsche wedstrijden, met fieren tred: de citherspelers en fluitblazers met hun muziekinstrumenten, de overwinnaar in den fakkelloop, met de brandende fakkel in de hand, waarmede naar oud gebruik het vuur voor de groote feestoffers der Godin op de Acropolis werd aangestoken, de overwinnaars in den wedren der rossen en wagens, met hun prachtige vierspannen, op elk de menner en zijn makker met helm en schild: voorts, met olijftakken in de handen, die stoet van schoone, eerbiedwekkende grijsaards, die in den wedstrijd van mannelijke welgemaaktheid de overwinning hadden weggedragen. Als op edele voorbeelden staarde de Atheensche jongelingschap op deze mannen, met hun zilveren lokken, die eene eerwaardige schoonheid en frischheid van lichaam en ziel tot op den laten ouderdom hadden bewaard. Op hen volgde de trein der epheben, Athene’s mannelijke jeugd, slanke gestalten, donker gelokt, met vurigen blik, op de edele rossen als goed geoefende ruiters zittende. Door de strategen en taxiarchen7 aangevoerd, marcheerde achter de epheben de strijdbare manschap van Athene: de zwaargewapenden en de ruiterij der Edelen8 in schitterende wapenrusting op de schoonste en vurigste rossen—want te paard verscheen de rijke en voorname Athener in feestelijken optocht als in het veld—vervolgens in eene eindelooze reeks de burgerij, met de overheden aan het hoofd; het volk naar gemeenten9 ingedeeld, mannen en vrouwen in feestgewaad, met myrthentakken in de hand, achter de burgers de vreemdelingen, die het burgerrecht hadden verkregen, hunne vrouwen met eikentwijgen in de hand, als smeekelingen van Zeus Xonios, den God der gastvrijheid. Andere vrouwen en dochters dier vreemdelingen liepen achter de Atheensche burgeressen, wier bescherming zij genoten en droegen zonneschermen in de hand, om haar, als de trein in de brandende zon stilhield, boven het hoofd te houden of stoelen zonder leuning, klein en sierlijk van vorm, waarop hare beschermvrouwen zich dan konden neer laten.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings