← Table of contents
Aspasia

Note 13 — XII. UREN VAN ZALIGHEID.

W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation

Psyche beteekent „ziel”. De fabel, juister de allegorie, waarop hier door den schrijver gedoeld wordt, komt voor bij Apuleins, een wijsgeerig schrijver die te Madaura in Numidië geboren was en lang te Rome verkeerde (in de tweede eeuw na C.). De inhoud daarvan was de volgende: Psyche eene koningsdochter was de schoonste van drie zusters, zoodat zij zelfs voor Aphrodite werd gehouden. Deze, hierover vertoornd, gelastte Eros een sterveling op haar te doen verlieven. Doch deze werd zelf op haar verliefd. De vader raadpleegde Apollo daaromtrent. Deze gaf de godspraak, dat men Psyche alleen op een berg moest achterlaten, want dat zij de gade van een monster moest worden. Dit geschiedde. Daar ontmoette zij telkens Eros in een paleis, dat voor haar was verrezen. Nieuwsgierig haren beminde meer van nabij te zien, naderde Psyche hem, ondanks zijn vroegere waarschuwing. Bij ongeluk liet zij een droppel heete olie op zijn schouder vallen. Eros, die sliep, ontwaakte en ontvlood haar. Troosteloos doolde Psyche overal rond, totdat zij eindelijk bij Aphrodite kwam, die haar als slavin hard behandelde. Nochtans steunde Eros haar in haren arbeid, zooals op haar tocht naar Persephone, in het schimmenrijk, waar zij levenloos door den benauwden damp ter neder stortte. Eros riep haar door aanraking zijner pijl in het leven terug. Eindelijk werd Aphrodite verzoend. Psyche ontving van Zeus de onsterfelijkheid en werd voor altijd met den geliefde vereenigd. Zij baarde hem eene dochter Hedone, (Voluptas, Cupido), het Genot. In deze allegorie wordt de onschuld, de val, de boete geschilderd en de redding der ziel door de kracht der liefde. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings