Note 17 — XI. SAMOS.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
„Alleen Diopithes blijft heimelijk tegen u mokken, benevens de zuster van Cimon en uwe vrouw Telesippe. Op hunne zijde zijn de oude pruiken met hun ouderwetsche kleeding en de haarvlecht over de kruin samengebonden, de ijdele oude strijders bij Marathon17 en afgeleefde grijsaards en zotte Spartanen-vrienden, die lang haar dragen, het lichaam oefenen, honger lijden, zich nooit wasschen en met hun lompen knuppel op de steenen der straat ratelen; voorts verscheidene suffers, die meenen de wijsheid in pacht te hebben, en sterrekijkers, die barrevoets en met gescheurde mantels loopen, doch de wenkbrauwen bedenkelijk fronsen, den neus in den haveloozen, langen baard steken en er een deftigen onderkin op nahouden. Al deze lieden denken in uwe afwezigheid aan het spreekwoord: „als de wijnstok niet bewaakt wordt, is het goed druiven plukken.”18