Note 13 — XI. SAMOS.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
„De Samiërs deinsden terug, zij geraakten in wanorde doch zij weken nog niet. Vertoornd over dien trots, verdrietig over den langen strijd, wilde ik juist het bevel geven eenige transportschepen met werk en rijs geladen, in brand te steken en in de vijandelijke rijen te zenden, om het overschot der weerbarstige Samische vloot te verbranden, toen plotseling een geweldig stuk steen naar den mast van mijn schip werd geslingerd. De mast werd niet getroffen, de stuurman echter wel, die oogenblikkelijk met verbrijzelden schedel van zijn stuurstoel afviel. Bij het nedervallen had de steenklomp tevens het roer zelf, met alles wat in de nabijheid zich bevond, verpletterd. De steen was van het admiraalschip der Samiërs geslingerd, waaruit ik opmaakte, dat de Samische vlootvoogd mij zelven tot een persoonlijken kamp uitdaagde. Doch met mijn ontredderd schip was weerstand onmogelijk. Snel en zonder dat de vijand het kon bemerken klom ik van den achtersteven van het schip langs een ladder in een boot en spoedde mij naar een ander vaartuig, de „Pharthenos”13, en terwijl het Samische admiraalschip mijn ontredderd schip bemachtigde om het, met mij zelven als krijgsgevangene, naar de Samiërs meenden, buit te maken en mede te voeren, boorde ik met de „Pharthenos” in de flank van den Samiër, zoodat hij, lek geworden, water schepte en op zij vallend onder den waterspiegel verdween. De Samische vlootvoogd zelf was een der weinigen, die onder een pijlregen der onzen, die hun krachtigen zegekreet reeds deden weerschallen, ter nauwernood al zwemmend zich redden. Nu eerst weken de Samiërs en de zege was ons.