Note 10 — XI. SAMOS.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
„Nu ontbrandde de eigenlijke strijd in woeste verbittering. Onder luid geschreeuw op elkander losgaande, drongen de voorste rijen der onzen en die der Samiërs onstuimig op elkander in, zoodat ieder Attisch vaartuig naar twee kanten zijn aanval richtte, ieder vijandelijk schip zich naar twee kanten verdedigde. Geleken de Samische schepen op dreigend vooruitstekende zwijnensnuiten, de onzen waren met zeeslangen te vergelijken, die tusschen die snuiten door vlug en met doodelijke beten rechts en links hare kronkelingen wisten te slingeren. In de dicht opeen gepakte rijen begonnen nu van schip tot schip de geweldige krijgswerktuigen te werken: de catapulten en schorpioenen10 slingerden hun geschut en de vreeselijke dolfijnen11 lange balken met zware, ijzeren punten, die, nederstortend op het vijandelijke vaartuig, met goed berekende juistheid nederdaalden en de mast verpletterden of het verdek verbrijzelden en als met ijzeren klauwen het schip vasthielden en tot een buit van den aanvaller maakten. En terwijl de aandacht van het vijandelijk vaartuig door een hagel van pijlen, waarmede zijn verdek overstormd werd, werd beziggehouden, voeren stoute, lichte booten om het zeegevaarte heen, wier bemanning met bijlen zijne riemen vernielde.