Note 7 — XI. SAMOS.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
„Zelfs de honden wilden niet achterblijven in de verlaten stad: zij stortten zich in zee en zwommen langs de schepen hunner meesters, zoolang zij konden. Ge moet echter weten, kind, dat ik toen hoogst zwanger was en in dien toestand bereikte ik gelukkig met eene gansche schare het strand van Salamis en daar sloegen wij in eene rotsgrot op de kust, met eenige vrouwen en kinderen, ons nachtleger op. De nacht was bovenmate onrustig; want in die nachtelijke ure verzamelden zich om Salamis alle Grieksche zeilschepen en onophoudelijk weerklonk van schip tot schip den geheelen nacht door het geroep der zeelieden, zoodat zelfs de onbezorgden onmogelijk een oog konden luiken. Het was juist toevallig de tijd van het Jacchus-feest, waarop het beeld van den God in het begin van den nacht bij fakkellicht in een grooten, plechtigen optocht van Aegina naar Eleusis over zee wordt gevoerd, en Themistocles had niet gewild, dat men deze plechtigheid om de benauwde tijden zou nalaten en juist toen de Grieken hunne schepen in orde schaarden, kwam het feestelijk getooide vaartuig met de heilige beelden de Aeäciden7 van Aegina en bij den hellen schijn der fakkels schitterde de geheele burg, zoodat alle Grieken op de schepen nog meer werden aangevuurd, omdat zij zagen dat de Goden van hun vaderland nog heerschten. En toen de heldere morgen aanbrak en ik mij met de andere vrouwen naar het strand voortsleepte, zag men reeds de vereenigde schepen der Hellenen strijdvaardig staan, beschenen door den glans der fakkels en de geheele Euripus8 wemelde en de groote vloot der Perzen kwam langzaam in een onafzienbare rij van den Phaleron aanzeilen.