Note 3 — X. DE KONINGIN VAN HET FEEST.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
De sophist Protagoras vertoefde juist te Athene en had zijn intrek genomen bij zijn gastvriend Hipponicus. Zijne aankomst te Athene had groot opzien verwekt; want de roem van dezen man wies in Griekenland van dag tot dag. Hij was een geboren Abderiet3 derhalve een Thraciër en toch eigenlijk een Ioniër, want Abdera was eene kolonie der Ioniërs. In zijn vroegere jaren was hij pakdrager geweest, naar men zeide, totdat een wijs man zijne kundigheden ontdekte en ze tot ontwikkeling deed komen. Veel had hij rondgezworven, hij had zelfs uit de wijsheidsbron van het oosten geput en nu rees hij op aan den hemel van Hellas als een schitterend meteoor. Hij had verstand van alle mogelijke zaken: van de gymnastiek, de muziek, de redekunst, de dichtkunst, de kennis van hemel en aarde, de mathematische vakken, de ethiek, de politiek en overal waar hij kwam vond hij een buitengewonen toeloop van weetgierigen. Rijke jongelingen gaven de grootste sommen, om van zijn onderricht te genieten. Hij was eene prachtige verschijning, die het oog bekoorde, hij had de houding van een koning, ging prachtig gekleed, en wegsleepend was de kracht zijner welsprekendheid.