Note 1 — III.
Ida Donker translation
Men fluisterde alleen met zijnen buurman; overigens zat men doodstil en antwoordde alleen op de vragen, die het den ambtman behaagde aan den een of ander te doen. Het was zijne gewoonte een paar woorden tot een ieder te richten; bijzonder minzaam was hij jegens de aan tafel zittende boeren, daar hij zeer gaarne voor een populair man wilde doorgaan. Wanneer het gebraad opgediend werd, bracht hij altijd eenen toast op den koning uit, en gewoonlijk volgde, wanneer de gelegenheid er zich voor aanbood, een paar andere toasten. Vandaag zou die eer ten deel vallen aan een zeer jong jurist, den heer Alfred Bennecken, die als kandidaat in de rechtsgeleerdheid in den laatsten tijd was werkzaam geweest1, en binnenkort zou vertrekken.