← Table of contents
Antony van Leeuwenhoek, de ontdekker der infusorien, 1675-1875

Note 212 — VOORBERICHT. (continued 2)

Reading edition

Eene andere verklaring, die mij, in verband met het boven vermelde, niet onwaarschijnlijk voorkomt, vond ik in hetgeen zijne dochter aan von Uffenbach, tijdens zijn bezoek aan Leeuwenhoek mededeelde. „Sie erzählte uns,” zegt hij, „dass ihr Vater seit einigen Jahren viel neues durch seine Microscopia entdekt hätte, er wolte aber in seinen leben nichts mehr von seinen Observationen herausgeben, weil ihne einiger Schimpf, vermuthlich in Schriften, wiederfahren, da man sich über seine sonderliche Meinungen in seinen Schriften hin und wieder spottisch aufgehalten, und ihm schuld gegeben, er habe mehr durch seine Einbildung gesehen, als durch seine Gläser.”212 Dit bezoek nu had juist plaats in 1710, en de door zijne dochter bedoelde „nieuwe waarnemingen” kunnen dus zeer goed slaan op die, welke hij sedert 1702 ondernomen en aan de Royal Society had medegedeeld. Ik heb deze brieven in de „Philosophical Transactions” van de jaren 1702–1712, deel XXIII–XXVII, gevonden, de volgende waarnemingen worden er in vermeld: „Over het groen kroos in het water groeiende, en eenige diertjes daarin gevonden; de zaden van verschillende Oost-Indische planten; den kinabast; het beslag der tong bij koortsen; de bloedvaten; de circulatie van het bloed bij de visschen; candysuiker; de zaadvaten; spiervezels en bloed van den walvisch; de huid van den olifant; de voortteeling der mossels; de milt; roodkoraal; samenstelling van diamanten.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings