← Table of contents
Antony van Leeuwenhoek, de ontdekker der infusorien, 1675-1875

Note 206 — VOORBERICHT. (continued 2)

Reading edition

Men meene echter niet dat zijn eenigste gedachten op de stoffelijke dingen der aarde gevestigd waren, zoodat hij zelfs met den dood voor oogen zijn geest daarmede uitsluitend zou hebben bezig gehouden. Neen, wij kunnen uit onderscheidene plaatsen in zijne brieven zien, dat een innig godvruchtige geest in hem woonde en hij in alles wat hij verwonderlijks zag en opmerkte Gods grootheid en almacht roemde. Hoor onder anderen wat hij zegt in een brief aan Nicolaas Witsen206, „Want wy en konnen den Heere en maker van het geheel-Al, niet meer verheerlyken, als dat wy in alle zaken, hoe klein die ook in onse bloote oogen mogen zijn, als ze maar leven en wasdom hebben ontfangen, zyn Al-wysheit en volmaaktheit, met de uiterste verwondering sien uitsteken.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings