← Table of contents
Antony van Leeuwenhoek, de ontdekker der infusorien, 1675-1875

Note 197 — VOORBERICHT. (continued 2)

Reading edition

Dat zoodanige erkenning echter, ten minsten later, al ware die geschied, in zijn smaak zou gevallen zijn, mag men uit enkele uitdrukkingen in zijn correspondentie betwijfelen. Leibnitz schijnt dit punt in eene briefwisseling met Leeuwenhoek te hebben aangeroerd; althans zegt hij, in een antwoord aan Leibnitz d.d. 13 Maart 1716197. „Die geene die in onzen landen, om haar kennisse en wetenschappen, vergelding krygen, dat syn Heeren Professoren, Predicanten, en de Meesters in de Latynze schoolen, die soo veel Latyn konnen, dat ze de jonge luyden in die taal konnen onderwijsen. De groote hemelbeschouwer, wylen Christiaan Huygens, heeft mij verhaalt, dat sekere persoon in eene andere provinsie twee duysent guldens heeft bekomen, over syn dienst in ’t maken van tafels. Waar over de selve misnoegt was, seggende, men behoorde hem beter uyt het lant te bannen, als dat gelt te geven; want hy heeft eerlyke luyden beledigt. In ’t kort” zegt L. ten slotte „ik weyger giften om niet verpligt te syn.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings