Note 2 — De elfenheuvel.
Simon Jacob Andriessen translation
«Op het groote bal kan iedereen komen, zelfs menschen, wanneer zij slechts in den slaap spreken of iets dergelijks kunnen doen, wat in onzen geest valt. Maar bij het eerste feest moet er een strenge keuze gedaan worden; wij willen alleen de allervoornaamsten hebben. Ik heb er met den elfenkoning woorden over gehad; want ik dacht, dat wij niet eens spoken konden toelaten. De zeegeest en zijn dochters moeten het eerst uitgenoodigd worden. Zij zullen het wel niet plezierig vinden, op het droge te komen; maar zij zullen wel een natten steen om op te zitten of nog iets beters krijgen, en dan, denk ik, zullen zij voor dezen keer wel niet bedanken. Al de oude demonen van de eerste klasse met staarten, den alruin en de kobolden moeten wij hebben, en dan kunnen wij, dunkt mij, het grafzwijn, het doodenpaard,2 en den kerkdwerg ook niet weglaten; zij behooren wel is waar tot de geestelijkheid, die niet tot de onzen gerekend wordt; maar dat is slechts hun ambt; zij zijn toch nauw aan ons verwant en leggen druk bezoeken bij ons af.»