Note 1 — IN HET SCHEMERUUR.
Reading edition
Onder de vele paleizen der adellijke geslachten uit de vrije Rijksstad Neurenberg, was dat der Pirkheimers een der schoonste en meest vorstelijke, een waardig verblijf voor een geslacht, dat sedert meer dan een eeuw tot den hoogsten adel van Neurenberg had behoord en steeds een gewichtige rol in de regeering der stad had gespeeld. Trotsch verrees het gebouw op de Heeremarkt met uitzicht op de “mooie bron”,1 het meesterstuk van Hendrik Behaim en op de Lievevrouwekerk, en menigmaal had Keizer Sigismund het waardig gekeurd hem te herbergen, als hij voor den Rijksdag te Neurenberg moest zijn. De hooge, spits toeloopende gevels en de erkers, de steenen beelden en de figuren uit hout gesneden, die in de vakken waren geplaatst, brachten niet weinig bij tot de schoonheid van dit paleis, in welks glasruiten in lood gevat—glazen ruiten waren in die dagen een groote bijzonderheid en een bewijs van verbazenden rijkdom—de zon hel schitterde. Maar nog meer getuigde het inwendige van het paleis van den rijkdom der Pirkheimers, vooral de groote, voor feestelijke gelegenheden bestemde zaal met de beide zuilen, de wanden bedekt door vlaamsche gobelins met tafereelen uit de bijbelsche geschiedenis doorweven, het kostbare vaatwerk, de alom bewonderde lichtkronen van geweien met goud langs de muren, de hooge schouw met bronzen beelden versierd, de fraai gesneden leunstoelen, met gouden leeuwekoppen gekroond en met bruin leder overtrokken en de groote spiegel van Venetiaansch glas.