← Table of contents
Albrecht Dürer

Note 2 — IN HET SCHEMERUUR.

Reading edition

“Hoe prachtig waren de kleederen en gewaden dezer mannen en vrouwen, hoe schitterend de edelgesteenten op het kostbare fluweel en de zware zijde, hoe mooi de veelkleurige vederen, die in de kapsels zacht heen en weer wuifden; hoe heerlijk geurde de balsem, waarmee zij zich hadden gezalfd! En hoe zedig en ordelijk ging alles toe! Op eene verhevenheid hadden de ouders van het bruidspaar plaats genomen, naast het gedeelte, dat voor de muzikanten was bestemd en vandaar keken ze naar het dansen, dat nu begon. De bruidegom met zijn bruid aan de hand trad nu vooruit; ik keek met welgevallen naar dezen trotschen, statigen man, den Heer Philippus, uit het oud-adellijke geslacht der Pirkheimers. Ook van al de anderen, die op de maat der fluiten, hoorns, trompetten en trommels langzaam en statig om den lindenboom schreden, kon ik de oogen niet afwenden. En terwijl ik daar peinzend stond, sprak een stem in mijn hart: “Hier moet gij blijven, Albrecht,—gij hebt nu lang genoeg gereisd en getrokken en zijt reeds bijna dertig jaar oud; hier zal uw handwerk welig bloeien.” En mijn verwachting is niet beschaamd geworden. Ik kwam bij meester Hieronymus Holper in de werkplaats, en het eene jaar na het andere verliep, zonder dat de gedachte in mij opkwam, om verder te trekken. Ook Vrouwe Kunigonde, des meesters echtgenoot, was een ware moeder voor mij, zoodat ik mij volkomen thuis bij hen voelde. En dan die lieve, driejarige Barbara, Holpers dochtertje! Wat had ik een pleizier in het lieve, vrome kind, dat ik zag opgroeien tot een schoone, beminnelijke jonkvrouw. Ook zij voelde een hartelijke genegenheid voor den gezel en beschouwde hem als een vertrouwd huisvriend. En toen zij vijftien jaar was geworden, ging ik naar haar vader om hem de hand zijner dochter te vragen. Nu, die werd mij niet geweigerd; haar ouders vertrouwden mij hun kind toe, en zonder aarzelen legde zij haar hand in de mijne en werd mijn lieve, trouwe vrouw, uw goede moeder. Ik bleef werken bij mijn schoonvader, doch het volgende jaar liet ik mij, tegen betaling van tien gulden,2 als meester in het gilde opnemen en kocht voor twee gulden het burgerrecht. Daarna ben ik met mijn vrouw in het huis van den heer Johan Pirkheimer gaan wonen op de Heeremarkt bij de “mooie bron” en de Lievevrouwekerk, maar niet in het paleis zelf, doch in het achterhuis, dat in de Winklerstraat uitziet. Dat is het huis, waar gij, mijn kind, zijt geboren en uw eerste kinderjaren hebt doorgebracht, waarvan gij u nog veel zult kunnen herinneren, vooral hoe gij met den kleinen Wilibald Pirkheimer, die nu nog uw vriendje is, hebt gespeeld en kattekwaad uitgehaald. Maar die woning werd ons al spoedig te klein en daarom kocht ik voor drie honderd gulden een eigen huis, waarin wij nu reeds drie jaren wonen en wij bidden God, dat Hij ons genadig moge toestaan nog vele rustige, gezegende jaren onder dit dak te beleven. Wij vragen het Hem, die ons tot nu toe zoo vriendelijk heeft gesteund en geleid.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings