Note 1 — IN HET SCHEMERUUR.
Reading edition
De schemering was bijna duisternis geworden in het woonvertrek van het huis, gelegen in de straat, die men “onder de veste” noemde en die steil naar de burcht1 der vrije Rijksstad liep. Er was bijna niets meer te onderscheiden van de voorwerpen in de kamer: de stevige pilaar in ’t midden, die de bruin geverfde zoldering van planken en balken schraagde, de ronde eikenhouten tafel om den voet der zuil aangebracht, de hooge, houten banken, die langs twee der eveneens met hout beschoten muren stonden, het rek met het aarden vaatwerk, het groote fornuis van groene tegels, waarin afbeeldingen uit de legenden der heiligen waren gebrand, daarnaast aan den muur het ivoren kruisbeeld met het wijwatersbakje er onder, en op den achtergrond de reusachtige, met ijzer beslagen, kist.