Note 4 — IN DEN VREEMDE.
Reading edition
“Heel gaarne, Signora,” verzekerde Dürer, die zich meer en meer tot deze discipelin der kunst voelde aangetrokken. “Eerst ben ik westwaarts getrokken en wel naar Colmar om kennis te kunnen maken met Martin Schongauer,4 dien grooten meester, die mij in mijn leerjaren van groot nut is geweest en mij steeds met zijn kunst heeft bezield. Van de eene stad ben ik naar de andere getrokken, hier en daar eenigen tijd vertoevend, totdat ik Colmar bereikte, om toen te bemerken, dat ik te laat kwam en dat meester Schongauer reeds twee jaar in het graf rustte. Zijn broeders evenwel ontfermden zich over mij en hielden mij bij zich, om mij veel te laten zien van hetgeen de meester had nagelaten. Uit dankbaarheid schonk ik hun verscheidene mijner werken en zij betuigden, dat het hun was alsof hun broeder ze met eigen hand had geschilderd. Daarna ben ik een heel eind langs den Rijn getrokken, maar nergens vond ik, wat ik zocht voor mijn studie, want het was daar treurig met de kunst gesteld.