Note 2 — Aladdin en de Wonderlamp.
J. W. Gerhard translation
Toen Aladdin zich van het hoofd tot de voeten zoo prachtig gekleed zag, bedankte hij zijn oom met de grootste hartelijkheid en de toovenaar beloofde hem, hem ook voor ’t vervolg niet te verlaten, maar hem steeds bij zich te houden. Werkelijk bracht hij hem nu in de drukste buurten der stad, vooral in die, waar de winkels der rijkste kooplieden waren, en in de straat waarin de winkels met de mooiste stoffen en het fijnste linnengoed zich bevonden, zeide hij tot Aladdin: “Wijl je spoedig ook zulk een koopman zult zijn, als deze hier, is het goed dat je hen bezoekt, opdat ze je leeren kennen.” Hij wees hem ook de prachtigste en grootste moskeeën en bracht hem in de “Chan”2 waar de vreemde kooplieden woonden, en naar alle plaatsen in het paleis van den Sultan, waar men vrijen toegang had. Eindelijk nadat zij te zamen de schoonste deelen der stad doorkruist hadden, kwamen zij in de “Chan”, waar de toovenaar woonde. Daar waren eenige kooplieden met wie hij sedert zijn aankomst kennis gemaakt had, en die hij opzettelijk uitgenoodigd had, om hen goed te onthalen en hen zijn zoogenaamden neef voor te stellen.